De gelukkige huisvrouw
“De gelukkige huisvrouw” is de titel van een boek van Heleen van Royen. Ik heb het boek gelezen maar vond het niet haar beste boek, “Godin van de jacht” vond ik beter, dit echter even terzijde.

We hebben het hier over een huisvrouw en nog een gelukkige ook. Voor mij al een onmogelijke combinatie want de huishoudelijke klussen in mijn leven zijn voor mij een wekelijks terugkerende ellende die behoren tot de categorie verplichtingen. Wat automatisch betekent dat je het woord gelukkig dan wel weg kunt laten. Ik vind het echt helemaal niks, heb het nooit wat gevonden en het zal ook nooit iets met mij gaan worden op dit vlak. Ik zeg altijd: in mijn vorige leven was ik van adel en hoefde zelf niks te doen! Kortom: het is niet mijn ding! En dat terwijl het poetsen een gen is dat heel duidelijk wel in mijn familie van vaders kant zit. Helaas heeft juist dit gen mij niet weten te bereiken, terwijl ik de wat mindere genen, waar ik niet zo blij mee ben, uiteraard wel heb geërfd.
Mijn vader heeft zes zussen waarvan er vijf nog in leven zijn. In leeftijd variëren ze van 77 tot 87 jaar en hun gemeenschappelijke deler is toch wel de “poets”. Nou schijn ik heel vroeger toen ik klein was regelmatig met een theedoek gesignaleerd te zijn, daarbij de historische woorden “poeten poeten” roepend (de s kwam op die leeftijd nog niet in mijn alfabet voor), maar daar bleek later niets meer van over te zijn. Helaas, helaas, want wat zou ik nu blij zijn geweest met al was het maar een stukje van hun enthousiasme en kunnen op dit gebied.
Mijn tantes kunnen er wat van, stuk voor stuk, alle zes. Van aanpakken weten ze en hun huizen zijn altijd spik en span. Ze draaien nergens hun hand voor om en hebben door de jaren heen ook anderen met hun kunnen verblijd en hen een schoon huis bezorgd. Natuurlijk heeft de één er meer aardigheid in dan de ander, maar ze doen het toch maar.
Mijn tante van 87 woonde tot voor kort nog op zichzelf en deed alles ook nog zelf. Iedere week werd haar huis in een vast patroon gedaan, beginnend op maandag met de woonkamer. Het was er altijd netjes, geen stofje te bekennen, alles schoon. Voor mij echt een utopie. Nou woonde zij natuurlijk wel alleen en leefde voornamelijk in de (woon)keuken, maar toch. Gelukkig voor haar heeft zij altijd aardigheid in het huishouden gehad en ze is er ook nog eens goed in, waarlijk een super combinatie die ik in de verste verte niet bezit. Daarbij hield het haar bezig, iets wat niet onbelangrijk is als je al meer dan 20 jaar weduwe bent en niet bij de pakken neer wilt gaan zitten. Dit was zeker in het begin voor haar een manier van overleven: bezig blijven zodat je niet op de stoel komt te zitten en gaat piekeren. In zekere zin is het feit dat zij over deze huishoudelijke kwaliteiten beschikt voor haar dus gelukkig. Of zij er ook daadwerkelijk gelukkig door is geworden, weet ik niet.
Zelf hoefde ik vroeger thuis weinig te doen. Ik maakte wel mijn eigen bed op en eens in de zoveel tijd nam ik mijn slaapkamer onder handen. Dan was het ook wel heel erg nodig en had ik er geen vrede meer mee in die zooi te moeten slapen. Dan stak ik de handen uit de mouwen, ging er flink tegenaan en kon er daarna weer een hele poos tegen. Toen ik uit huis ging omdat ik samen ging wonen, was ik in de gelukkige omstandigheid dat de zus van mijn vriend (later mijn man) ook zo’n poetswonder was als mijn tantes en zij wilde ons graag ter wille zijn door eens per week ons flatje onder handen te nemen. Super voor mij. Ik werkte in die tijd nog gewoon 40 uur en wist natuurlijk allang dat ik er geen tijd en (nog erger) geen zin in zou hebben. Prima oplossing dus en zij heeft ons hier ook jaren mee geholpen. Toen zij zwanger was van haar derde kind vond ze het genoeg en ging ik op zoek naar iemand anders. Wederom had ik geluk. Een collega op de zaak, die bij ons als interieurverzorgster op de loonlijst stond, wilde er wel een werkhuis bij. Zij blij want dat betekende voor haar extra inkomsten en ik blij want dat betekende voor mij dat ik het niet zelf hoefde te gaan doen. Inmiddels was het flatje vervangen door een 2-onder-1-kap en dat bracht ook meer werk met zich mee. Helemaal goed dus en zou je kunnen zeggen dat ik gelukkig was…..
Helaas kwam ik tot de ontdekking dat mijn relatie niet (meer) was wat ik er van had gehoopt en verwacht en dat ik dus niet zo gelukkig was….een scheiding volgde. Geen fijne tijd, maar ik kreeg een tweede kans op geluk en die heb ik gepakt. Minpuntje is dat er hier geen poetsschoonzus is en die collega heeft een andere loopbaan gekozen omdat ze het poetsen ook zat was…. Dus nu ben ik zo goed en zo kwaad als het gaat zelf de huisvrouw en ik kan erbij zeggen: zeker geen gelukkige. Maar ik besef heel goed dat er dingen zijn die gewoon moeten gebeuren en die doe ik dan ook, zij het niet van harte. Gelukkig heb ik wel een man die van aanpakken weet en niet te beroerd is de mop en de stofzuiger ter hand te nemen. Hij is een kei in het wassen en uitzuigen van de auto en ook de tuin doet het goed onder zijn handen. Daar ben ik echt heel dankbaar voor. Toch ziet ook hij wel in dat een vrouw a là Mien Dobbelsteen bij ons niet zou misstaan. De hoop blijft dan ook in mij leven dat er ergens een struise vrouw is die van het poetsen haar levenstaak heeft gemaakt en ons binnenkort weet te vinden…. Ik ben er in elk geval klaar voor want ik ben er helemaal klaar mee….met het huishouden dan.
Category: Leden









Als het eenmaal netjes in huis is, voel ik mij dolgelukkig. Maar ja, dat ‘eenmaal’ he?
Leuk schrijfsel!