De ogen van een vreemde
De handtekening is gezet. De overdracht volgt binnenkort. Onze missie voor 2012 is nu al geslaagd: een ander huis kopen. Eerst nog even flink verbouwen voordat we kunnen verhuizen. Nou ja, láten verbouwen dan. En dan hopen we over een paar maanden toch echt in ons mooie nieuwe paleisje te kunnen gaan wonen. Maar nu die andere missie nog: het verkopen van onze huidige woning. Juist op dit moment, nu ‘De Crisis’ het gesprek van de dag is in Nederland, gaan wij ons huis verkopen. Dat dwingt je wel om even met andere ogen naar je huis te kijken. Met de ogen van een vreemde. Eén voordeel hebben we: ons huis is – zeker in onze regio – één van de goedkopere woningen. En mensen die ons huis komen bezichtigen, kijken wel door de rommel heen. Toch?
“Nee”, zegt de makelaar streng. “Probeer je huis verkoopbaar te maken. Ruim alle rommel op. Zo weinig mogelijk rondslingerende spullen. En zorg dat het in ieder geval voor het oog schoon is.” Ai. Waar te beginnen? Bij de berg kinderspeelgoed die steeds groter lijkt te worden? De immer groeiende berg kranten, folders en papier? Verf en kwast ter hand nemen? Met een kritisch oog bekijk ik ons huis. Alles waar ik me normaal niet zo aan stoor lijkt nu een obstakel dat een spoedige verkoop in de weg staat of op zijn minst een destructieve invloed heeft op de verkoopprijs. Zeventien jaar muggenpoep op het plafond, vieze voegen, korrelige kitrandjes. En vooral veel, heel veel prullen. Mijn man begint met het opfrissen van de badkamer en wc. Voegen schoonmaken, kitrandjes vervangen, vers laagje latex. Ik begin met de moed der wanhoop op te ruimen. Spullen die al eeuwig op het aanrecht staan, krijgen eindelijk een plekje in de keukenkastjes. De administratie zoek ik uit. Kijk, dat scheelt weer een ordner in de kast. Boeken, DVD’s en games waar ik nooit meer wat mee doe zet ik op Marktplaats. En de eerste koper meldt zich binnen een week. Weliswaar voor het dunste boekje dat erbij zit, maar weg is weg.
Na een week woeste arbeid en met het gevoel bergen te hebben verzet, plof ik op vrijdagavond samen met mijn man met een wijntje op de bank. Dan gaat de bel, mijn schoonvader staat voor de deur met een doos vol spullen. “Ik heb de zolder opgeruimd en kwam daar nog allerlei dingen tegen die van jou zijn”, zegt hij tegen mijn man.”Eh… bedankt” stamelt deze. De volgende dag gaat de telefoon, een vriendin aan de lijn: “Ik bedacht me ineens dat ik een tijd geleden een stapel DVD’s en CD’s van je heb geleend. Kan ik die even terugbrengen?” De week daarop komen mijn ouders twee gloednieuwe sleeën voor de kinderen brengen: “We nemen er voor allebei een, dan hoeven ze tenminste geen ruzie te maken dachten we.” Argh! De moed zinkt me in de schoenen. Ruim wat rommel op, en met een boemerangeffect komt er twee keer zoveel rommel voor terug. Wat nu? Misschien maar een paar grote verhuisdozen kopen en daar heel in gooien. Maar waar laten we die? De vliering staat al vol, in de kasten is geen ruimte meer en ook de schuur is vol. Ik besluit ze tijdelijk in de achterbak van mijn auto te zetten. Vlak daarna dient zich de volgende uitdaging aan: weekendboodschappen doen terwijl ons huis bezichtigd wordt. Hoe doe ik dat met een volle achterbak?
Ik ben er nog niet uit: moet ik de dagelijkse dingen opruimen en schoonmaken en hopen dat geïnteresseerden inderdaad door de andere rommel heen kijken? Accepteren dat rommel rommel aantrekt? Of koste wat het kost opruimen en vooral veel weggooien? Ik schuif het voor me uit. Maar het moment nadert dat het huis echt in de verkoop gaat, dus van uitstel komt in dit geval zeker geen afstel. Wordt vervolgd…
Category: Blogs








