Spiritus en Koperpoets
Toen ik klein was, woonden we in een joekel van een huis. Het was een oud huis, uit 1908. Zo’n oud huis is bezaaid met allerlei verstopplekjes, idiote nissen en verborgen deurtjes achterin de kast. I-de-aal voor een frump van 5 om volledig in verdwaald te raken en er eindeloze speurtochten in te houden.
Het huis was zo oud dat de sloten op de deuren niet meer te vertrouwen waren. Wij mochten daar dan ook niet mee spelen……en dat deden we natuurlijk wél. Dat heeft mij en mijn broertje ooit eens een zeer benauwd einde van een speurtocht opgeleverd: opgesloten in het allerkleinste zolderkamertje terwijl er niemand in de buurt was. Ik heb de sleutel van dat zolderkamertje nog steeds in mijn schrijfkast liggen. Als aandenken aan toen…en als symbooltje dat ik héél soms weleens gebruik om mijn frumpen uit te leggen wat er gebeuren kan als je niet luistert – al hoop ik stiekem dat ze dat gewoon ook aan hun laars lappen en op onderzoek uit durven te gaan.
Voor een meisje van 5 is een huis al gauw idioot groot. Ik rijd er nog weleens langs met de auto, tegenwoordig. Zo groot als in mijn herinnering is het in het echt natuurlijk niet. Maar toch, het is nog altijd groter dan het huis dat ik nu tot mijn territorium reken. En….ook zo’n huis moest schoongemaakt worden.
Mijn moeder was geen gekke Henkie en bovendien werkte ze full-time, net als mijn vader. Er kwam dan ook een hulp in huis. En wat voor één. ‘s Morgens om half acht beginnen, ontbijten met ons, aan de gang en ‘s middags om 5 uur weer naar huis. Wij werden ‘s morgens wakker van het gerommel van de wasmachine terwijl de geur van spiritus en koperpoets al in de lucht hing. Alles blonk en glom aan het einde van zo’n dag, mijn vader had weer strak gestreken overhemden, mijn moeder kon haar schone jurken weer fris uit de kast trekken en wij sliepen in van die heerlijk frisse, strak opgemaakte kraakheldere bedden. Waar we pas in mochten als we de koperpoets van onze handen gewassen hadden. Ja, want ondertussen had ze ook nog tijd gezien om ons bezig te houden.
Ze is jarenlang bij ons geweest, ook toen we allang niet meer in zo’n groot huis woonden, naar een andere plaats verhuisden en zij geen overhemden meer hoefde te strijken. Zij verhuisde gewoon met ons en alle fases in ons leven mee. Ze bleef ons wakker maken met de lucht van spiritus en koperpoets, en dankzij haar lagen we aan het eind van zo’n dag in een heerlijk fris, strak opgemaakt, kraakhelder bed.
Ze werd veel meer dan alleen de hulp voor ons. Wij werden groter, dus ze hoefde ons niet meer bezig te houden. Dat werd eerder andersom. Het was heerlijk als ze er was. We dronken kopjes koffie in de keuken en vertelden haar soms zelfs verhalen die mijn moeder nooit te horen gekregen heeft. Ze was geweldig.
Met de tijd kwam ze minder en o, wat had ze er de pest over in dat ook zij uiteindelijk een dagje ouder werd en het allemaal toch een beetje te veel werd. Ze is ermee gestopt toen ik helemaal aan het eind van de middelbare school zat.
Er waren opvolgsters, maar nooit meer iemand zoals zij. Het was gewoon niet hetzelfde. En nu? Elke keer dat ik in mijn huis van nu een poging tot poetsen doe, dan weet ik dat ik never nooit zal kunnen wat zij kon. Ik probeer het wel, een klein beetje dan. Een goed voorbeeld schrééuwt tenslotte om volgers. Compleet zinloos, natuurlijk. Zucht. Terwijl ik ermee bezig ben, wéét ik al dat zij er een rolberoerte van zou krijgen. Of gewoon de slappe lach. Ze kan me nu niet meer helpen ermee. Die tijd is over.
Maar toch…. als ik ergens spiritus ruik, of het bestofte flesje koperpoets onderin de kelderkast zie staan, dan staat ze zo weer voor me. En weet je? Ik mis haar best.
Category: Blogs









